Ooit in het vroege begin van de eenentwintigste eeuw werd een dorpsschool in het nietige Haarzuilens, deel uitmakend van het conglomeraat dat Utrecht heet, bedreigd met sluiting. Het betrof een katholieke basisschool, genaamd de Bonifatiusschool. De kleinschaligheid van de school stond niet in verhouding met de gebruikelijke grootschalige wijze van les geven in de grote stad, en de subsidiekraan werd dienaangaande van rijkswege deels dichtgedraaid....

 

Een en ander leidde tot grote onrust in het pittoreske Haarzuilens. Het verdwijnen van de dorpsschool zou voor elk huishouden in Haarzuilens –bekend via een enquête van het “comité behoud de haarse school” met een 100% positieve response voor het openhouden van de school- een gemis zijn. Voor een deel van de huishoudens misschien verklaarbaar uit praktische overweging omdat de kinderen daar op school zitten. Het overgrote deel heeft echter geen schoolgaande kinderen op basisschoolniveau en hecht zeer veel belang aan de sociale functie van de school als “kloppend hart van Haarzuilens” en aan de levendigheid die de school met zich meebrengt